Eefi, Jeugd & Gezin Dichtbij, thuis, op school en in de wijk

Bel ons Aanmelden
Moeder en dochter bakken samen, stap voor stap

Methodisch en aantoonbaar

Goede bedoelingen zijn niet genoeg. We werken met onderbouwde methodieken, meten wat we doen en evalueren eerlijk wat werkt, samen met het gezin.

Kennisdossier 4 van 14 · Leestijd ± 12 min · Voor ouders, scholen, verwijzers en gemeenten

Binnen 4 uur contact

In het kort

  • Doelen van het gezin, helder en meetbaar
  • Kiezen op basis van onderzoek, ervaring en de wens van het gezin
  • Regelmatig meten, eerlijk evalueren en bijsturen

01 · Waarom dit ertoe doet

Weten wat werkt, en laten zien dat het werkt

Gezinnen, verwijzers en gemeenten willen weten of hulp effect heeft. Terecht. Hulp kost tijd, energie en geld, en gezinnen verdienen de beste ondersteuning die er is.

Methodisch werken betekent dat we bewust kiezen wat we doen en waarom. We starten met duidelijke doelen, kiezen een aanpak die onderbouwd is, meten tussentijds hoe het gaat en passen aan als het niet werkt.

Dat betekent niet dat we protocollen afwerken. De relatie met het gezin blijft de basis. Onderzoek laat zelfs zien dat die relatie een van de sterkste voorspellers is van succes. Methodisch en menselijk gaan bij ons samen.

Meten is niet controleren. Meten is samen zien of we op de goede weg zijn.
Hoe wij naar resultaten kijken

02 · Theorie

De modellen achter ons werk

Theorie geeft taal aan wat je ziet. Deze inzichten uit wetenschap en praktijk sturen hoe wij kijken en handelen.

  • Sackett e.a. (1996)

    Evidence-based practice

    Goede hulp rust op drie pijlers: wetenschappelijk onderzoek, de expertise van de professional en de wensen en waarden van de cliënt.

    In de praktijk: We kiezen een aanpak die onderbouwd is én past bij dit gezin.

  • Lambert (1992), Wampold

    Werkzame factoren

    Een groot deel van het effect van hulp komt door algemene factoren: de relatie, hoop en verwachting, en de eigen kracht van de cliënt.

    In de praktijk: We investeren bewust in vertrouwen en een vaste begeleider.

  • Steve de Shazer & Insoo Kim Berg

    Oplossingsgericht werken

    Niet het probleem, maar de gewenste toekomst staat centraal. Wat werkt al, en hoe kun je daar meer van doen?

    In de praktijk: We vragen naar uitzonderingen: wanneer gaat het wél goed?

  • Miller & Rollnick

    Motiverende gespreksvoering

    Een gespreksstijl die de eigen motivatie van iemand versterkt, in plaats van overtuigen of duwen.

    In de praktijk: We helpen jongeren en ouders hun eigen redenen voor verandering te ontdekken.

  • W. Edwards Deming

    Plan-Do-Check-Act

    Een cyclus van plannen, uitvoeren, controleren en bijsturen. De basis van ons ISO-kwaliteitssysteem.

    In de praktijk: Elk traject en onze organisatie als geheel verbeteren we in deze cyclus.

  • Shared decision making

    Samen beslissen

    Professional en cliënt beslissen samen, op basis van informatie over mogelijkheden, voor- en nadelen.

    In de praktijk: Het gezin kiest mee welke doelen en welke aanpak.

03 · Signalen

Wat zie je?

Eén signaal zegt weinig. Een patroon dat blijft of groeit, verdient aandacht. Twijfel je? Overleg vrijblijvend met ons.

Wanneer bijsturen nodig is

  • !Na zes tot acht weken is er geen merkbare vooruitgang
  • !Doelen zijn vaag of niet meer actueel
  • !Het gezin herkent zich niet in het plan
  • !Alleen de professional praat over de doelen
  • !Afspraken worden steeds vaker afgezegd

Kenmerken van een goed traject

  • !Doelen in de woorden van het gezin zelf
  • !Een nulmeting aan het begin
  • !Tussentijdse metingen en evaluaties
  • !Het gezin weet wat de volgende stap is
  • !Duidelijk moment van afronden en nazorg

04 · Praktijk

Zo werken wij, stap voor stap

  1. 1

    Samen doelen stellen

    We formuleren doelen in de taal van het gezin, zo concreet mogelijk. Niet "beter functioneren", maar "Lisa gaat vier dagen per week naar school".

  2. 2

    Een nulmeting

    Aan het begin brengen we in kaart waar het gezin staat, met korte vragenlijsten en schaalvragen. Zo kunnen we later zien wat er veranderd is.

  3. 3

    Onderbouwd kiezen

    We kiezen een aanpak die past bij de vraag, het gezin en de beschikbare kennis over wat werkt.

  4. 4

    Regelmatig meten

    Tussentijds meten we voortgang en vragen we het gezin hoe ze de samenwerking ervaren. Zo zien we op tijd of bijsturen nodig is.

  5. 5

    Evalueren met het gezin

    Elke drie maanden bespreken we de doelen: wat is bereikt, wat nog niet, en wat is de volgende stap?

  6. 6

    Leren als organisatie

    Resultaten, klachten en ervaringen bespreken we in intervisie en kwaliteitsoverleg. Zo worden we steeds beter.

Goed om te weten: Eefi biedt begeleiding in het dagelijks leven. Is er behandeling of diagnostiek nodig, dan werken we samen met GGZ-partners en blijven we betrokken als vaste begeleider.

05 · Methodieken

Onderbouwde methodieken en instrumenten

We kiezen per gezin wat past. Sommige methodieken passen we zelf toe, voor andere werken we samen met gespecialiseerde partners.

  • Onderbouwd instrument

    Goal Attainment Scaling (GAS)

    Doelen worden per stap uitgewerkt op een schaal. Maakt voortgang op persoonlijke doelen meetbaar en bespreekbaar.

  • Gevalideerd instrument

    SDQ (Strengths and Difficulties Questionnaire)

    Korte, veelgebruikte vragenlijst over sterke kanten en moeilijkheden van kinderen. Geschikt voor voor- en nameting.

  • Praktijkinstrument

    Oplossingsgerichte schaalvragen

    "Op een schaal van 0 tot 10, waar staan we nu?" Eenvoudig, snel en krachtig om voortgang te bespreken.

  • Onderbouwd

    Feedback Informed Treatment (FIT)

    Korte vragen na elk gesprek over hoe het gezin de samenwerking ervaart. Voorkomt uitval en verbetert resultaten.

  • Effectief

    Motiverende gespreksvoering

    Bewezen effectieve gespreksstijl om de motivatie van jongeren en ouders te versterken.

06 · Mythes en feiten

Wat klopt wel, en wat niet?

  • MytheMethodisch werken is protocollen afwerken.

    FeitHet is bewust kiezen en onderbouwen, met ruimte voor maatwerk. De relatie met het gezin blijft centraal.

  • MytheMeten is wantrouwen.

    FeitMeten geeft gezinnen inzicht in hun eigen vooruitgang. Dat werkt vaak juist motiverend.

  • MytheAlleen bewezen effectieve interventies zijn goed.

    FeitVoor veel situaties is (nog) geen bewezen interventie. Dan werk je met goed onderbouwde aanpakken en meet je zorgvuldig.

  • MytheEen tevreden gezin betekent dat de hulp werkt.

    FeitTevredenheid is belangrijk, maar zegt niet alles. Daarom meten we ook of doelen daadwerkelijk bereikt worden.

07 · Tips en tricks

Direct toepasbaar

  • Vraag naar de doelen

    Weet je wat de doelen zijn en herken je je erin? Zo niet, zeg het. Het zijn jouw doelen.

  • Geef eerlijk feedback

    Klikt het niet of helpt iets niet? Zeg het. Dan kunnen we bijsturen.

  • Kijk terug op wat gelukt is

    Soms lijkt er weinig veranderd. Een blik op de nulmeting laat vaak zien hoeveel stappen je al hebt gezet.

  • Vraag wat de volgende stap is

    Je hebt recht om te weten waar het traject naartoe gaat en wanneer het klaar is.

08 · Uit de praktijk

Doelen die het gezin zelf koos

Een eerder traject bij een ander gezin was vastgelopen. Er was een plan met tien doelen, geschreven door professionals. De ouders wisten niet meer precies wat er in stond.

We begonnen opnieuw met één vraag: "Wat moet er over drie maanden anders zijn, zodat jullie zeggen: dit was de moeite waard?" Het antwoord van vader was simpel: "Dat we weer samen kunnen eten zonder ruzie."

We maakten van dat antwoord een meetbaar doel en keken elke twee weken samen op een schaal van 0 tot 10. Van een 2 naar een 7 in tien weken. Het gezin zag het zelf gebeuren, en dat gaf energie voor de volgende stap.

Wat we leerden

  • Minder doelen, maar van het gezin zelf
  • Een eenvoudige schaal maakte voortgang zichtbaar
  • Regelmatig samen terugkijken
  • Successen gaven energie voor de volgende stap

09 · Reflectievragen

Even stilstaan

  1. Zou het gezin de doelen in eigen woorden kunnen vertellen?
  2. Waaraan merk je over drie maanden dat het beter gaat?
  3. Welke onderbouwing heb je voor de gekozen aanpak?
  4. Wanneer stuur je bij als de vooruitgang uitblijft?

10 · Bronnen

Verder lezen

  • Sackett, D. L. e.a. (1996). Evidence based medicine: what it is and what it isn’t. BMJ, 312.
  • Lambert, M. J. (1992). Psychotherapy outcome research. In: Handbook of Psychotherapy Integration. Basic Books.
  • Miller, W. R. & Rollnick, S. (2013). Motivational Interviewing (3e editie). Guilford Press.
  • De Shazer, S. (1985). Keys to Solution in Brief Therapy. Norton.
  • Kiresuk, T. J. & Sherman, R. E. (1968). Goal attainment scaling. Community Mental Health Journal, 4(6).
  • Goodman, R. (1997). The Strengths and Difficulties Questionnaire. Journal of Child Psychology and Psychiatry, 38(5).

Zorgen om een kind of gezin? Wacht niet.

Je kunt vandaag nog contact opnemen, ook zonder verwijzing. Je hoort binnen vier uur van ons. Twijfel je? Bel gerust, we denken vrijblijvend met je mee.

Binnen 4 uur contact