Eefi, Jeugd & Gezin Dichtbij, thuis, op school en in de wijk

Bel ons Aanmelden
Moeder en dochter samen aan tafel in gesprek

Cultuursensitief werken

Goede hulp sluit aan bij wie een gezin is: taal, geloof, gewoonten en familiebanden. Niet ondanks die verschillen, maar juist door ze te benutten.

Kennisdossier 2 van 14 · Leestijd ± 13 min · Voor ouders, scholen, verwijzers en gemeenten

Binnen 4 uur contact

In het kort

  • Nieuwsgierig blijven in plaats van invullen
  • Een professionele tolk, nooit het kind als tolk
  • Familie en sleutelfiguren als bondgenoot

01 · Waarom dit ertoe doet

Hulp die niet aansluit, komt niet aan

Nederland is divers, en de gezinnen die wij begeleiden ook. Gezinnen verschillen in taal, geloof, opvoedgewoonten, rolverdeling en in hoe ze tegen problemen en hulpverlening aankijken. Wat in het ene gezin normaal is, voelt in het andere gezin vreemd of zelfs bedreigend.

Als hulp daar niet bij aansluit, haken gezinnen af. Niet omdat ze niet willen, maar omdat ze zich niet begrepen voelen, of omdat ze bang zijn voor wat er gebeurt als ze hulp vragen. Vooral gezinnen met een migratieachtergrond ervaren vaak drempels en wantrouwen.

Cultuursensitief werken is geen trucje of lijstje met "hoe gaat het bij groep X". Het is een houding: nieuwsgierig, bescheiden en bewust van je eigen bril. Ieder gezin is uniek, ook binnen dezelfde achtergrond.

Cultuur is niet iets wat de ander heeft. Iedereen kijkt door een eigen bril, ook de hulpverlener.
Uitgangspunt van cultuursensitief werken

02 · Theorie

De modellen achter ons werk

Theorie geeft taal aan wat je ziet. Deze inzichten uit wetenschap en praktijk sturen hoe wij kijken en handelen.

  • Arthur Kleinman (1980)

    Verklaringsmodel

    Mensen hebben hun eigen verklaring voor problemen: waar het vandaan komt, wat het betekent en wat zou helpen. Die verklaring bepaalt of hulp als logisch wordt ervaren.

    In de praktijk: We vragen altijd: hoe verklaart u zelf wat er met uw kind aan de hand is?

  • DSM-5, American Psychiatric Association

    Cultureel Interview (CFI)

    Een gestructureerde set vragen over hoe iemand zijn probleem ziet, welke steun er is en welke rol cultuur en omgeving spelen.

    In de praktijk: We gebruiken de vragen als leidraad in het eerste gesprek.

  • John Berry (1997)

    Acculturatiemodel

    Migranten vinden een eigen balans tussen de cultuur van herkomst en de nieuwe cultuur. Dat kan leiden tot integratie, aanpassing, afzondering of het gevoel nergens bij te horen.

    In de praktijk: We hebben oog voor jongeren die tussen twee werelden leven en loyaal willen zijn aan beide.

  • Urie Bronfenbrenner (1979)

    Ecologisch model

    Een kind groeit op in lagen: gezin, school, buurt, gemeenschap en samenleving. Al die lagen beïnvloeden zijn ontwikkeling.

    In de praktijk: We betrekken ook moskee, kerk, vereniging of buurthuis als dat steun geeft.

  • Cultuurpsychologie (o.a. Hofstede)

    Individualisme en collectivisme

    In sommige gezinnen staat het individu centraal, in andere de groep en familie. Dat bepaalt wie beslist en hoe over problemen wordt gepraat.

    In de praktijk: We vragen wie er in het gezin meebeslist, zonder uit te gaan van stereotypen.

  • Kimberlé Crenshaw (1989)

    Intersectionaliteit

    Iemands situatie wordt bepaald door meerdere kenmerken tegelijk, zoals afkomst, gender, geloof, inkomen en verblijfsstatus.

    In de praktijk: We kijken naar het hele plaatje, niet alleen naar "cultuur".

03 · Signalen

Wat zie je?

Eén signaal zegt weinig. Een patroon dat blijft of groeit, verdient aandacht. Twijfel je? Overleg vrijblijvend met ons.

Wat kan aandacht vragen bij jeugdigen

  • !Loyaliteitsconflict tussen thuis en school of vrienden
  • !Kind tolkt of regelt zaken voor ouders (te veel verantwoordelijkheid)
  • !Ervaringen met discriminatie of uitsluiting
  • !Twijfel over identiteit: waar hoor ik bij?
  • !Schaamte om thuis over problemen te praten
  • !Stress door verblijfsstatus, verhuizingen of gevluchte familie

Drempels voor het gezin

  • !Wantrouwen naar instanties, soms door eerdere ervaringen
  • !Angst dat kinderen uit huis worden geplaatst
  • !Taalbarrière en onbekendheid met het Nederlandse zorgstelsel
  • !Schaamte of zorg om wat de familie of gemeenschap zal denken
  • !Andere verwachtingen van opvoeding en hulpverlening
  • !Praktische drempels: werktijden, vervoer, meerdere kinderen

04 · Praktijk

Zo werken wij, stap voor stap

  1. 1

    Een niet-wetende houding

    We gaan er niet van uit dat we weten hoe een gezin denkt of leeft. We vragen, luisteren en checken of we het goed begrepen hebben.

  2. 2

    Taal goed regelen

    Waar nodig werken we met een professionele tolk en met begeleiders die de taal spreken. Kinderen zetten we nooit in als tolk.

  3. 3

    Het verklaringsmodel uitvragen

    Hoe kijkt het gezin zelf naar het probleem? Wat heeft al geholpen? We sluiten aan bij die verklaring en bouwen van daaruit verder.

  4. 4

    Familie en sleutelfiguren betrekken

    Met toestemming betrekken we grootouders, ooms, tantes of een imam of voorganger die het gezin vertrouwt.

  5. 5

    De eigen bril checken

    In intervisie bespreken we onze eigen aannames. Wat vinden wij normaal, en waarom eigenlijk?

  6. 6

    Samenwerken in de wijk

    We werken samen met zelforganisaties, sleutelpersonen en wijkpartners, zodat hulp dichtbij en vertrouwd voelt.

Goed om te weten: Eefi biedt begeleiding in het dagelijks leven. Is er behandeling of diagnostiek nodig, dan werken we samen met GGZ-partners en blijven we betrokken als vaste begeleider.

05 · Methodieken

Onderbouwde methodieken en instrumenten

We kiezen per gezin wat past. Sommige methodieken passen we zelf toe, voor andere werken we samen met gespecialiseerde partners.

  • Onderbouwd instrument

    Cultureel Interview (CFI)

    Gestructureerde vragen om het perspectief van het gezin te begrijpen. Toepasbaar in het eerste gesprek en bij vastlopende trajecten.

  • Beroepsnorm

    Inzet professionele tolk

    Een professionele tolk garandeert neutraliteit en vertrouwelijkheid. Kinderen, familie of buren als tolk kan schadelijk zijn en leidt tot misverstanden.

  • Praktijkgericht

    Werken met sleutelpersonen

    Vertrouwde personen uit de gemeenschap helpen drempels te verlagen en brengen gezinnen en hulpverlening dichter bij elkaar.

  • Praktijkgericht

    Eenvoudige taal (B1) en beeldmateriaal

    Afspraken, plannen en uitleg in begrijpelijke taal en met beelden, zodat ouders echt kunnen meebeslissen.

  • Kennisbron

    Handreikingen van Pharos

    Het landelijke expertisecentrum Pharos ontwikkelt materiaal voor laaggeletterden, migranten en vluchtelingengezinnen.

06 · Mythes en feiten

Wat klopt wel, en wat niet?

  • MytheCultuursensitief is weten hoe een bepaalde groep werkt.

    FeitKennis helpt, maar ieder gezin is anders. Stereotypen leiden tot verkeerde aannames. Vragen werkt beter dan invullen.

  • MytheEen kind kan prima voor de ouders tolken.

    FeitEen kind als tolk krijgt te veel verantwoordelijkheid en hoort dingen die niet voor hem bedoeld zijn. Gebruik een professionele tolk.

  • MytheAls ze niet komen opdagen, zijn ze niet gemotiveerd.

    FeitVaak zitten er drempels achter: angst, schaamte, onbegrip of praktische problemen. Die kun je samen wegnemen.

  • MytheCultuur is iets van migrantengezinnen.

    FeitIeder gezin heeft een cultuur, ook elk Nederlands gezin. En ook hulpverleners nemen hun eigen normen mee.

07 · Tips en tricks

Direct toepasbaar

  • U mag uw eigen taal spreken

    Heeft u liever een tolk of een begeleider die uw taal spreekt? Zeg het gerust, wij regelen het.

  • Vertel wat voor u belangrijk is

    Uw geloof, gewoonten en familie horen erbij. Wij willen weten wat bij uw gezin past.

  • Neem iemand mee

    U mag altijd iemand meenemen naar een gesprek die u vertrouwt.

  • Stel al uw vragen

    Begrijpt u iets niet, of bent u ergens bang voor? Vraag het. Er zijn geen domme vragen.

08 · Uit de praktijk

Samira (14), tussen twee werelden

Samira werd aangemeld door school vanwege verzuim en stille somberheid. Haar ouders spraken weinig Nederlands, en Samira vertaalde in elk gesprek. Wat de ouders hoorden, was niet altijd wat er gezegd werd.

Een Arabischsprekende begeleider nam het over, met een professionele tolk erbij in de eerste gesprekken. Toen werd duidelijk dat vader veel zorgen had over haar vriendschappen en dat Samira zich verscheurd voelde tussen thuis en school.

Samen met ouders, Samira en op haar verzoek ook een tante zochten we naar afspraken die voor iedereen goed voelden. Vader ging voor het eerst naar een gesprek op school. Samira kreeg weer ruimte om jong te zijn.

Wat we leerden

  • Samira hoefde niet meer te tolken
  • Begeleider sprak de taal van de ouders
  • De tante bleek een belangrijke brug
  • Afspraken pasten bij thuis én school

09 · Reflectievragen

Even stilstaan

  1. Welke aannames heb ik over dit gezin, en waar komen die vandaan?
  2. Hoe verklaart het gezin zelf wat er aan de hand is?
  3. Wie heeft in dit gezin een stem in beslissingen?
  4. Welke drempels maken het voor dit gezin moeilijk om hulp te accepteren?

10 · Bronnen

Verder lezen

  • Kleinman, A. (1980). Patients and Healers in the Context of Culture. University of California Press.
  • American Psychiatric Association (2013). Cultural Formulation Interview. DSM-5.
  • Berry, J. W. (1997). Immigration, acculturation, and adaptation. Applied Psychology, 46(1).
  • Bronfenbrenner, U. (1979). The Ecology of Human Development. Harvard University Press.
  • Crenshaw, K. (1989). Demarginalizing the Intersection of Race and Sex. University of Chicago Legal Forum.
  • Pharos, expertisecentrum gezondheidsverschillen. pharos.nl

Zorgen om een kind of gezin? Wacht niet.

Je kunt vandaag nog contact opnemen, ook zonder verwijzing. Je hoort binnen vier uur van ons. Twijfel je? Bel gerust, we denken vrijblijvend met je mee.

Binnen 4 uur contact